“Gemeente” in actie, of toch niet? door Olaf Schuwer

Het mooie van het bestaan van rondreizend Awb- en Gemeenterechtdocent is dat je bij de cursist over de vloer komt. Want dat is wat er bij een in company-cursus nu eenmaal gebeurt. Elke gemeentelijke organisatie heeft zijn eigen gewoonten, gebruiken en eigenaardigheden. Die krijgt de docent er die dag gratis en voor niets bij, terwijl die voor de cursist ter plekke de gewoonste zaak ter wereld zijn.

Niet zo heel lang geleden mocht ik een optreden verzorgen in een tamelijk nieuw (en dus modern) gebouw waarin behalve een deel van de gemeentelijke organisatie ook een bibliotheek plus aanverwante welzijnsvoorzieningen waren gehuisvest. Komt wel vaker voor, maar het bijzondere aldaar was dat er zich ook een MBO-college onder hetzelfde dak bevond. Kenmerk van een dergelijke voorziening is dat er regels voor de studenten van toepassing zijn. Het zijn volgens mij geen algemeen verbindende voorschriften, aangezien ze externe werking ontberen en niet zijn vastgesteld op basis van (bijvoorbeeld) één van de artikelen 147 lid 1 of 149 van de Gemeentewet.

Zo las ik op een beeldscherm:

“Vanaf heden is het verboden om fietsen bij de Primera te plaatsen. Fietsen die toch worden geplaatst zullen door de gemeente worden verwijderd.”

Vraag die dan bij mij opkomt is, of “de gemeente” maar zo fietsen kan en mag verwijderen. Waaraan ontleent “de gemeente” het recht c.q. de bevoegdheid om ongevraagd andermans fietsen van hun plaats te verwijderen? Dat mogen u en ik toch ook niet? Terzijde: het bericht heeft het over “vanaf heden”, zonder daarbij een datum te noemen.

Als wij het hebben over “de gemeente”, dan doelen wij op de gemeente in haar privaatrechtelijke verschijningsvorm. Een gemeente die fietsen verwijdert doet dat als eigenaar van de ondergrond. Maar wellicht gelden in de betreffende gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regels met betrekking tot het stallen van fietsen in de openbare ruimte. En die regels gaan wel voor! Misschien heeft het college van die gemeente wel een aanwijzingsbesluit genomen en bekendgemaakt, inhoudende dat bij de Primera geen fietsen mogen worden geplaatst. Bij overtreding van dat stallingsverbod is het college vervolgens gerechtigd om via (spoedeisende) bestuursdwang de fietsen te verwijderen. Er zal dan achteraf een beschikking aan de rechthebbende moeten worden verzonden en deze heeft het recht van bezwaar en beroep.

Op het beeldscherm van het MBO-college had dus moeten staan:

“het college van B&W zal de fietsen verwijderen.”

Voor de volledigheid zou deze tekst in de vorm van een vooraankondiging last onder bestuursdwang moeten zijn geredigeerd, met de mogelijkheid van het indienen van zienswijzen bij het college. Verder had uit het bericht moeten blijken dat het college mandaat aan de directeur (of iemand anders in de school) had verleend, en wel om namens hem (college is mannelijk) deze vooraankondiging te doen.

Het is een veelgemaakte fout: de burger denkt dat hij zaken doet met “de gemeente”, maar in werkelijkheid doet hij zaken met een gemeentelijk bestuursorgaan, in de regel het college. Niet “de gemeente” verleent een vergunning, maar “het college” of “de burgemeester”. Maar ja, “de gemeente” maakt zich zelf ook schuldig aan dergelijke taalvervuiling: laatst kreeg ik een ontwerp-subsidieregeling ter beoordeling onder ogen, en daarin had “de gemeente” opgenomen dat een subsidieaanvraag “bij de gemeente” moet worden ingediend. Via “wijzigingen bijhouden” heb ik dit veranderd in “bij het college”.

Dat dit volstrekt geen academisch vraagstuk is, kan worden geconcludeerd uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak d.d. 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:219. In die zaak had het college van Dronten in een (publiekrechtelijke) standplaatsvergunning de “afspraak” opgenomen die inhield dat de vergunning zou worden ingetrokken indien de koopman zich niet aan zijn (privaatrechtelijke) verplichting tot maandelijkse betaling van de verschuldigde standplaatsvergoeding (zeg: huur van het stukje gemeentegrond) zou houden. Die afspraak maakte deel uit van een eerder gesloten overeenkomst tussen de gemeente en de koopman. U begrijpt waarschijnlijk waar dit toe leidde: de man (die overigens handelde onder de schilderachtige naam “Frank Patat”) betaalde niet, zijn vergunning werd (dus) ingetrokken en partijen troffen elkaar bij de bestuursrechter. De Afdeling maakte korte metten met deze handelwijze door,begrijpelijk en geheel voorspelbaar, te bepalen dat het intrekken van de vergunning op deze grond in strijd met de APV was. Dus werd er vernietigd.

Laat dit een leermoment zijn voor andere gemeenten en hun bestuursorganen: er staat niet voor niets een Juridische Berlijnse Muur tussen de privaatrechtelijke hoedanigheid van de gemeente en de verschijningsvorm als bestuursorganen in het publiekrechtelijke universum. De rechter heeft getoond dat hij zich aan die Muur wil houden. Nu u nog!

Uw scribent,

Mr. Olaf Schuwer

Docent algemeen-juridische vakken bij de MariënburgGroep. Zelfstandig gevestigd juridisch opleider en consultant, publicist

portret van Jeroen Busse

Voor info neem contact op met:

Jeroen Busse

Projectleider

06-11920119

portret van Willem Rietberg MBA

Voor info neem contact op met:

Willem Rietberg MBA

Adviseur

06-51039240

portret van Matthijs Pool RA

Voor info neem contact op met:

Matthijs Pool RA

Adviseur

06-23369675

portret van Erwin Siebers RA

Voor info neem contact op met:

Erwin Siebers RA

Adviseur

06-27219779