De huisarts, de Jeugdwet en de Awb

Mijn oudste dochter is huisarts. Mijn jongste dochter is bestuursrechtjuriste. Mijn oudste dochter verwijst kinderen zo nodig naar de psychiater. Mijn jongste dochter doet dat ook maar dan namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin ze werkt.

De wettelijke grondslag van de verwijzing door mijn jongste dochter is gelegen in artikel 2.3 Jeugdwet (Jw). De wettelijke grondslag voor de verwijzingsbevoegdheid van mijn oudste dochter is, volgens de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet, gelegen in artikel 2.6, eerste lid, onder g, Jw. Vóór de transitie was de huisarts bevoegd te verwijzen op grond van de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Tegen de beslissing van mijn jongste dochter kunnen belanghebbenden in beroep maar hoe zit het eigenlijk met beslissingen van mijn oudste dochter?

Artikel 2.6, eerste lid, onder g, Jw bepaalt dat het college er in ieder geval verantwoordelijk voor is dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts (en andere medici). Ik lees hier geen bevoegdheidsgrondslag maar een aanduiding van de verantwoordelijkheid van het college. Logisch ook, want het college heeft immers de regie over de jeugdhulp. De wetgever vindt blijkens de parlementaire geschiedenis wel dat in dit artikel sprake is van een bevoegdheidsgrondslag. Dus laten we het er maar eens op houden dat artikel 2.6, eerste lid, onder g, Jw inderdaad de grondslag van de bevoegdheid van de huisarts is om te verwijzen naar jeugdhulp.

Als dat het geval is, dan is mijn stelling dat de huisarts een bestuursorgaan is en wel een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder b, Algemene wet bestuursrecht (Awb), een zogenaamd b-orgaan dus. Daarvan is volgens de wet sprake als een ander persoon of college met enig openbaar gezag is bekleed. Volgens de jurisprudentie moet het dan gaan om een orgaan met een publiekrechtelijke bevoegdheid tot het bepalen van de rechtspositie van een ander. Bij de huisarts vestigt de verwijzing naar de psychiater voor de patiënt een aanspraak op jeugdhulp; er vindt dus een verandering van de rechtspositie van de patiënt plaats. Bovendien wordt het college vervolgens verplicht om de kosten van de hulp te vergoeden. Ook dat is een wijziging van de rechtspositie, in dit geval van die van het college. De huisarts maakt hier gebruik van een bevoegdheid waarvan de grondslag is gelegen in het publiekrecht, namelijk het genoemde artikel uit de Jeugdwet: de huisarts is dus met enig openbaar gezag bekleed. Conclusie: de huisarts is een bestuursorgaan en op zijn handelingen, voor zover gebaseerd op artikel 2.6, eerste lid, onder g, Jw, is dus de Awb van toepassing.

Maar wat betekent het nu dat de huisarts bestuursorgaan is? Het betekent dat, als de huisarts wil verwijzen naar jeugdhulp, de Awb van toepassing is. De voorbereiding van de beslissing moet voldoen aan de regels van de Awb, de huisarts moet een gedegen onderzoek doen naar de voor het besluit relevante feiten en omstandigheden en dient vervolgens de belangen zorgvuldig af te wegen waarbij de huisarts eventuele belanghebbenden moet opsporen en uitnodigen om hun mening kenbaar te maken, de huisarts kan beleidsregels vaststellen voor de uitvoering van zijn bevoegdheid op grond van de Jeugdwet en last but not least: belanghebbenden kunnen bezwaar indienen tegen de beslissing van de huisarts om te verwijzen naar jeugdhulp. Mede met het oog daarop zal de beslissing van de huisarts gemotiveerd moeten zijn en op schrift zijn gesteld. Zit de huisarts hierop te wachten? Zeker niet, denk ik. Maar het lijkt er wel op dat dit uit de wet voortvloeit.

Verrassend? Niet helemaal eigenlijk: de Jeugdwet geeft naast het college en de huisarts ook aan de Gecertificeerde Instelling (GI) de mogelijkheid te verwijzen naar jeugdhulp. Op grond van artikel 3.5, eerste lid, Jw bepaalt de GI of, en zo ja, welke jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel. Ook hier weer niet echt een impliciete toekenning van de bevoegdheid, zij het dat het artikel wel iets duidelijker is dan artikel 2.6 Jw. De GI handelt hier als bestuursorgaan; zo staat het ook in de parlementaire geschiedenis en zo was ook de vaste jurisprudentie onder de Wet op de jeugdzorg. Maar de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Awb zijn niet van toepassing omdat volgens artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak besluiten op grond van artikel 3.5 Jw niet voor beroep vatbaar zijn. Beroep bij de bestuursrechter en bezwaar tegen besluiten van de GI is dus niet mogelijk. Wel kan de onder toezicht gestelde het geschil voorleggen aan de kinderrechter met een mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof.

Tegen besluiten tot het verlenen van jeugdhulp die door het college worden genomen op grond van artikel 2.3 Jw staat beroep open bij de bestuursrechter, maar dan bij de bijzondere bestuursrechter, in dit geval de kinderrechter (artikel 8, zevende lid, Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak). Hoger beroep is mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.

Waar kun je opkomen tegen besluit van de huisarts tot verwijzing naar jeugdhulp? Opvallend is dat de wetgever niet in artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak heeft vastgelegd dat besluiten van de huisarts tot verwijzing naar jeugdhulp zijn uitgesloten van beroep. Evenmin is in artikel 8, zevende lid, Jw vastgelegd dat beroep kan worden ingesteld bij de kinderrechter als bestuursrechter. Nu de huisarts een bestuursorgaan is en de verwijzing naar jeugdhulp een besluit is, is dus op grond van artikel 8:1 Awb voor belanghebbenden beroep mogelijk. Dat beroep staat dan open bij de algemene bestuursrechter met hoger beroep bij de algemene hogerberoepsrechter, dat is dus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Conclusie is dat, tegen een besluit tot het verlenen van jeugdhulp:

  1. beroep open staat bij de kinderrechter, optredend als bestuursrechter, met hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep als het besluit door het college van burgemeester en wethouders wordt genomen;
  2. beroep open staat bij de kinderrechter met hoger beroep bij het gerechtshof als het besluit is genomen door een gecertificeerde instelling in het kader van een kinderbeschermingsmaatregel;
  3. beroep open staat bij de algemene bestuursrechter met hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als het besluit is genomen door de huisarts.

De wetgever heeft het onmogelijke dus weer mogelijk gemaakt en zichzelf overtroffen: het hoger beroep in het bestuursrecht was standaard al verdeeld over meerdere instanties maar nu is dat ook gelukt bij de eerste aanleg! Daar kun je toch niet echt tevreden over zijn. Waar ik als vader, uit oogpunt van gelijke behandeling van de kinderen, wel tevreden over kan zijn is dat tegen beslissingen van mijn beide dochters beroep kan worden aangetekend.

mr. Willie Elferink april 2016

portret van Jeroen Busse

Voor info neem contact op met:

Jeroen Busse

Projectleider

06-11920119

portret van Willem Rietberg MBA

Voor info neem contact op met:

Willem Rietberg MBA

Adviseur

06-51039240

portret van Matthijs Pool RA

Voor info neem contact op met:

Matthijs Pool RA

Adviseur

06-23369675

portret van Erwin Siebers RA

Voor info neem contact op met:

Erwin Siebers RA

Adviseur

06-27219779